bijbel

 
Zoeken.nl - Zoek in alle zoekmachines
Cabla - Maak zelf ook een kabel over Bijbel
Op zoek naar Bijbel? - Zoek Bijbel in alle zoekmachines
Start een campagne - jouw website over Bijbel, direct in beeld
 
Home
 
Nieuw bericht
 
Forum info
 
Zoeken
 
 Onderwerp
toevoegen aan favorieten lijst Bijbel > Forum > Andere heilige boeken > Het Boek Henoch
  Yoy  1. Geplaatst op 12 augustus 2009 om 16:36 uur   quotenieuw berichtemailedit 

 

ZEGEN EN OORDEEL

1 De woorden van de zegeningen door Henoch, waarmee hij de uitverkorenen en
rechtvaardigen zegende, die zullen leven 2 op de dag van verdrukking, wanneer alle
slechte en goddeloze (mensen) verwijderd zullen worden. En hij maakte zich een
gelijkenis en zei - Henoch een rechtvaardig man, wiens ogen werden geopend door
God, zag het visioen van de Heilige in de hemelen, dat de engelen mij toonden, en
van hen hoorde ik alles, en van hen begreep ik terwijl ik zag, maar niet voor deze
generatie, maar voor een verafgelegene, 3 die nog moet komen. Met betrekking tot
de uitverkorenen zei ik, en maakte aangaande hen mijn gelijkenis:
.... De Heilige Verhevene zal uit zijn verblijfplaats komen,
4. En de eeuwige God zal op de aarde treden, (zelfs) op de berg Sinaï,
en uit zijn legerstede verschijnen,
en verschijnen in de sterkte van Zijn almacht vanuit de hemel der hemelen.
5. En allen zullen door vrees bevangen worden,
en de Wachters zullen sidderen,
en grote vrees en beven zal hen in zijn greep krijgen tot aan de uiteinden der
6. En de hoge bergen zullen door elkaar geschud worden,
en de verheven heuvels zullen geslecht worden,
en zullen smelten als was voor de vlam.
7. En de aarde zal geheel in duisternis worden gehuld,
en alles wat op aarde is zal wegvlieden,
en er zal een oordeel over alle (mensen) zijn.
8. Maar met de rechtvaardigen zal Hij vrede stichten,
en de uitverkorenen zal Hij beveiligen,
en genade zal hun deel zijn.
En zij zullen allen God toebehoren,
en het zal hen voorspoedig gaan,
en zij zullen allen gezegend worden.
En Hij zal hen allen helpen,
en het licht zal aan hen verschijnen,
en Hij zal de vrede met hen aangaan.
9. En zie! De Heer is met zijn heilige myriaden gekomen,
om aan allen het oordeel te voltrekken,
en om alle goddelozen te vernietigen;
om alle vlees schuldig te verklaren
betreffende al hun goddeloze daden die zij op goddeloze wijze bedreven
en betreffende alle aanstootgevende dingen die goddeloze zondaars tegen
Hem gesproken hebben.


Hoofdstuk 2
1 Aanschouw toch alle hemellichamen, hoe zij hun baan niet veranderen, en de
hemellichten, hoe zij alle in hun eigen volgorde opkomen en ondergaan
overeenkomstig hun seizoen, en 2 de hen toegewezen plaats niet overschrijden. Bezie
toch de aarde, en schenk aandacht aan de dingen die daarop plaatsvinden van het
eerste tot het laatste, hoe bestendig ze zijn, hoe geen van de dingen op aarde 3
veranderen, maar zich als Gods werken betonen. Neem in de zomer en winter waar
hoe de hele aarde met water verzadigd wordt, en wolken dauw en regen over haar
komen.
Hoofdstuk 3
Aanschouw en zie hoe (in de winter) alle bomen schijnen te zijn verdord en al hun
bladeren hebben laten vallen, behalve een veertiental bomen, die hun bladerdak niet
verliezen maar het oude bladerdak twee tot drie jaar behouden, totdat het nieuwe
komt.
Hoofdstuk 4
En nogmaals, aanschouw toch hoe in de zomerdagen de zon recht boven de aarde
staat, en gij de schaduw en een heenkomen voor de hitte van de zon zoekt. En de
aarde eveneens blakert van de gloeiende hitte, en gij de aarde of een rots niet
betreden kunt vanwege haar hitte.
Hoofdstuk 5
1 Aanschouw toch hoe de bomen zich met groene bladeren bedekken en vrucht
dragen; waarvan gij getuigenis aflegt en ten aanzien van al Zijn werken weet en
erkent dat Hij die voor eeuwig leeft ze zo gemaakt heeft. 2 En al Zijn werken blijven
zo jaar in jaar uit voor altijd doorgaan, en alle taken die ze voor Hem tot stand
brengen, en hun taken veranderen niet, maar zoals God het verordend heeft, zo wordt
het gedaan. 3 En zie hoe de zee en de rivieren op eenzelfde manier de taken, die door
Hem aan hen geboden zijn, voltooien en niet wijzigen.
4. Maar gij, gij zijt niet standvastig geweest, noch hebt gij de geboden van de
Heer opgevolgd.
Maar gij hebt u afgekeerd en trotse en vermetele woorden gesproken,
met uw onreine monden, en tegen zijn grootsheid.
Oh, gij verstokten van hart, gij zult geen vrede vinden.
5. Daarom zult gij uw dagen verafschuwen,
en de jaren van uw leven zullen vergaan,
en de jaren van uw vernietiging zullen vermenigvuldigd worden in een
eeuwigdurende vervloeking,
en gij zult geen genade vinden.
6. In die dagen zult gij uw namen tot een eeuwige schande bij de rechtvaardigen
achterlaten,
En bij u zullen allen die een vloek uitspreken, zich vervloeken.
En alle zondaars en goddelozen zullen vanwege uw goddeloosheid een vloek
over zich afsmeken.
Maar alle (rechtvaardigen) zullen zich verheugen,
en er zal een vergeving van zonden zijn,
en elke genade en vrede en verdraagzaamheid;
er zal redding voor hen zijn, een goede gezindheid.
7. En voor al gij zondaars zal er geen redding zijn,
maar op u allen zal een vloek blijven rusten.
Voor de rechtvaardigen echter zal er licht geluk en vrede zijn,
en zij zullen de aarde beërven.
8. En dan zal er aan de uitverkorenen wijsheid geschonken worden,
en zij allen zullen leven en nooit meer zondigen,
noch door goddeloosheid, noch door hoogmoed.
Maar zij die wijs zijn zullen ook nederig zijn.
9. En zij zullen niet opnieuw overtredingen begaan,
noch zullen ze alle dagen van hun leven zondigen,
noch zullen ze sterven door (Gods) woede of wraak,
maar alle dagen van hun leven zullen ze voltooien.
En hun leven zal in vrede verlengd worden,
en hun jaren van vreugde zullen vermenigvuldigd worden,
in eeuwige blijheid en vrede,
alle dagen van hun leven.

Hoofdstuk 6
1 En het gebeurde dat toen de mensenkinderen talrijk geworden waren, dat er aan
hen in die dagen 2 mooie en bevallige dochters geboren werden. En de engelen, de
kinderen van de hemel, zagen hen, verlangden naar hen, en zeiden tegen elkaar:
'Kom, laat ons vrouwen kiezen vanuit de mensenkinderen 3 en nageslacht bij hen
verwekken'. En Semjeza, die hun leider was, zei tegen hen: 'Ik ben bang dat gij niet 4
werkelijk met deze daad zult instemmen, en ik alleen de straf voor een grote zonde
zal moeten dragen'. En zij allen antwoordden hem en zeiden: 'Laat ons allen met een
eed zweren, en ons onder wederzijds toezicht allen aan elkaar binden 5 om dit plan
niet te verlaten, maar het uit te voeren'. Toen zwoeren zij gezamenlijk en verbonden
zich eraan 6 door er wederzijds op toe te zien. En het waren er allen tezamen een
tweehonderd die in de dagen van Jered neerdaalden op de top van de berg Hermon,
en zij noemden het de berg Hermon omdat zij gezworen hadden 7 en zich eraan
verbonden hadden door er wederzijds op toe te zien. En dit zijn de namen van hun
leiders: Semjeza, hun leider, Areklba, Rameël, Kokablel, Tamlel, Ramlel, Danel,
Ezekweël, Barekwijal, 8 Azazel, Armaros, Baterel, Ananel, Zakwiël, Samzepeël,
Saterel, Turel, Jomjael, Sariël. Dit zijn hun oversten van tien.
Hoofdstuk 7
1 En alle anderen met hen namen zichzelf vrouwen, en ieder koos er een voor zich,
en zij begonnen in hen te gaan en zich met hen te verontreinigen, en zij leerden hen
tovernarij 2 en banspreuken, en het insnijden van wortels, en maakten hen vertrouwd
met kruiden. En zij 3 werden zwanger, en zij baarden grote reuzen, wier grootte
drieduizend(?) el was; Dezen verorberden 4 alles wat de mensen voortbrachten. En
toen de mensen ze niet langer konden onderhouden, keerden de reuzen zich tegen 5
hen en aten mensen op. En zij begonnen te zondigen tegen vogels, en dieren, en
reptielen, en 6 vissen, en eenieder de ander zijn vlees te eten, en het bloed te drinken.
Daarna klaagde de aarde de wettelozen aan...



Ga naar:
Om Startkabel.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies:Prima, deze melding niet meer weergeven
X